Gastransportleidingen

Wie zit er achter de buis?

08-10-2008

De Rijksoverheid moet adequaat toezicht gaan houden op het veiligheidsmanagement van gasnetbeheerders. Dit is één van de conclusies van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV), naar aanleiding van een zevental onderzochte incidenten. Ook van de zijde van het parlement wordt er druk op de overheid uitgeoefend om adequaat toezicht op de integriteit van gastransportnetwerken te houden. Mede omdat SodM al toezichthouder is op de integriteit van leidingen die onder de Mijnbouwwet vallen is door EZ besloten SodM aan te wijzen als toezichthouder op de veiligheidsaspecten van de onder de Gaswet vallende gastransportsystemen, naast de NMa-Energiekamer, die de markttoezichthouder op de gaswetgeving is. De regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas (MRQ) bevat artikelen die zowel een markt- als een veiligheidsaspect omvatten. Om deze reden is een goede afbakening van de verantwoordelijkheden en samenwerking tussen SodM en NMa-Energiekamer noodzakelijk. Dit is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Alle overige leidingen voor het transport van aardgas tot en met de aflevering aan (klein)verbruikers vallen niet onder de Mijnbouwwet maar onder de Gaswet. VROM zal externe veiligheidsregelgeving gaan opstellen voor leidingen met een gevaarlijke inhoud. Voor aardgas zijn dit alle leidingen met een druk hoger dan 16 bar. Het betreft hier nagenoeg alle onder de Mijnbouwwet vallende leidingnetwerken, het gehele leidingnetwerk van Gasunie en een tweetal kleine overige gasleidingsystemen in Zeeland.

De mijnondernemingen fungeren als netbeheerders van hun eigen pijpleidingsystemen. Het toezicht op pijpleidingen in gebruik bij de delfstofwinning is geregeld in de mijnbouwwetgeving. Hiertoe beoordeelt de dienst het VG-zorgsysteem, het 'pijpleiding integriteit managementsysteem' en de VG-documenten van de mijnondernemingen. Het toezicht op de pijpleidingen die onder de Gaswet vallen is op het moment van het schrijven van dit document in ontwikkeling.
Het aspect externe veiligheid is niet expliciet in de mijnbouwwetgeving geregeld. De afbakening integriteit versus externe veiligheid is niet duidelijk gedefinieerd. VROM gaat regelgeving ontwikkelen voor externe veiligheid leidingen. De consequenties voor de mijnbouw zijn nog niet duidelijk. In de Gaswet worden op dit moment wel heel summiere eisen gesteld aan veiligheid.
Voor wat betreft graven in ondergrond (grondroeren) is door EZ regelgeving ontwikkeld. Er worden specifieke eisen in deze regelgeving gesteld aan de roerders, opdrachtgevers en netbeheerders. Toezicht op deze regelgeving zal door het Agentschap Telecom (AT) worden uitgevoerd. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd bij leidingen vallen onder de arbowetgeving. Alle niet onder de Mijnbouwwet vallende leidingen offshore vallen onder de Wet Beheer Rijkswaterstaatswerken. V&W-RWS-directie Noordzee is hier de toezichthouder. Zowel Europees als mondiaal worden normen ontwikkeld voor het beheer van leidingsystemen (PIMS = pijpleiding integriteits management systeem). Voor leidingsystemen met een druk hoger dan 16 bar bestaat de NEN 3650 norm. Voor leidingen met een druk lager dan 16 bar bestaat de NEN 7244 norm. Er zijn formeel vijf toezichthouders in hetzelfde domein (DTe, I-VROM, AT, RWS-directie Noordzee en SodM); transparantie en samenwerking is dus gewenst.

Het bovenstaande leidt tot de navolgende initiatieven:

  • samenwerkingsovereenkomst afsluiten  met toezichthouders NMa-DTe, I-VROM en AT betreffende toezicht op leidingen als bedoeld in de Mijnbouwwet en Gaswet;
  • in overleg met I-VROM ontwikkelen van een uniform toezichtmodel voor leidingnetwerken;
  • advies uitbrengen over noodzakelijke aanpassingen van de Gaswet voor wat betreft veiligheid;
  • overleg met V&W directie Noordzee voeren over het door SodM toezicht houden op transitleidingen vallend onder de wet beheer Rijkswaterstaatwerken en zonodig ook een samenwerkingsovereenkomst met hen afsluiten.
Naar boven