Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vindt dat er nog verbeteringen mogelijk zijn bij het uitvoeren van diepboringen. De dienst constateert, dat er veel nieuwe ondernemingen een vergunning hebben verworven voor de opsporing van delfstoffen (olie, gas, zout) en aardwarmte. Een aantal van deze ondernemingen heeft geen ervaring of een beperkte ervaring met het uitvoeren van diepboringen. Waar grote ondernemingen hun boorprogramma´s laten verifiëren door boordeskundigen elders uit de organisatie, is de staf van kleine ondernemingen te beperkt om die check uit te voeren. Voor deze ondernemingen acht SodM het noodzakelijk, dat zij hun boorprogramma´s laten toetsen door een onafhankelijke boordeskundige, een zogenaamde “well examiner”. SodM heeft een richtlijn gemaakt over de taak van de well examiner en de onderwerpen die de examiner zou moeten verifiëren. Voortaan zullen boorprogramma’s van ondernemingen met een beperkte staf van boordeskundigen alleen nog geaccepteerd worden als ze vergezeld gaan van een bewijs, dat het ontwerp van de put is getoetst door een onafhankelijke beoordelaar. SodM sluit hiermee aan bij de praktijk die in het Verenigd Koninkrijk al vele jaren wordt toegepast.
Onafhankelijke beoordeling van boorprogramma’s
Informatie bookmarken of delen