Veilig gastransport

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Per jaar gebruiken Nederlandse huishoudens tussen de 20 en de 25 miljard kubieke meter gas. Het gas wordt onder andere gebruikt om het huis te verwarmen. De buitentemperatuur heeft direct invloed op het gasverbruik: hoe kouder, des te meer vraag er is naar gas om de huizen warm te houden. Maar gas wordt ook gebruikt om te koken en het zorgt voor warm water uit de kraan.

Hoe komt het gas bij de huizen?

Om het gas tot in de meterkast van de woning te krijgen ligt in de grond in vrijwel iedere straat in Nederland een leidingnetwerk, een stelsel van aan elkaar gekoppelde stalen en kunststof leidingen en soms nog leidingen van andere materialen, waardoor het gas onder druk naar de aansluiting in huis wordt getransporteerd. Het landelijke en regionale transportnetwerk vormt de verbinding tussen de gasbron en de gebruiker. De regionale gastransportbedrijven hebben de taak er voor te zorgen dat het gas in de woningen terecht komt.

Welke risico’s zijn er bij gastransport?

Het spreekt voor zich dat het gastransport op een veilige manier moet gebeuren. Gas is een brandbare stof en kan onder bepaalde omstandigheden zelfs explosief zijn. Daar komt nog bij dat een woning een kwetsbare plek is. Het is de taak van de regionale netbeheerder om er voor te zorgen dat zijn gasnetwerk betrouwbaar, veilig en duurzaam is. En SodM ziet daar op toe.

Hoe ziet het gasleidingnetwerk er uit?

Het gasleidingnetwerk start bij de gasputten op land en zee. De mijnondernemingen voeden vanaf deze gasbronnen, via buisleidingen (1500 km op land en 3500 km op zee) het gastransportnetwerk van Gasunie. Het gastransportnetwerk van Gasunie bestaat uit een landelijk hoge druknet (65 bar) van 3500 km en daarop aangesloten regionale netwerken (40 bar) met een lengte van 8000 km. Ook wordt via dit hogedruknet gas geëxporteerd naar en geïmporteerd vanuit het buitenland. Vanuit het 40 bar net van Gasunie wordt gas geleverd aan zeer grote industriële afnemers en aan de regionale netbeheerders. De regionale netbeheerders ontvangen het gas op een maximale druk van 8 bar. De regionale gasnetbeheerders verzorgen het regionale transport en leveren, zoals gezegd het gas af in de meterkast, waarna het door de inpandige installatie zijn weg vindt naar de verbrandingstoestellen in de woning zoals kachel, fornuis en cv-ketel.

Regionale gastransportbedrijven, wat beheren deze bedrijven?

De regionale netbeheerders beheren in totaal circa 34.000 km buisleiding, dat deel uitmaakt van het middendruk (1-8 bar) distributienet. Door dit net wordt het gas geleverd aan grootverbruikers. Via tien duizenden district– en overslagstations wordt het gas uiteindelijk met een druk lager dan 100 mbar naar de woningen, de zogenaamde kleinverbruikers, getransporteerd. De totale omvang van het lage druk distributienet is circa 88.000 km (exclusief de aansluitleidingen naar de individuele woningen en gebouwen). Het aantal aansluitingen van de kleinverbruikers is circa 7,1 miljoen.

De gasnetbeheerders zijn semi-overheidsbedrijven, gemeenten en provincies zijn de bij wet bepaalde exclusieve aandeelhouders. De gas- en elektriciteitsbeheerders  zijn verenigd in de belangenorganisatie Netbeheer Nederland.

Hoe houdt SodM toezicht op veilig gastransport?

Veiligheid van het  gastransport is een wettelijke taak die is opgenomen in de Gaswet. En SodM houdt daar toezicht op. Er zijn zeven regionale gasnetbeheerders in de  wet aangewezen. De netbeheerders moeten er voor zorgen dat de kwaliteit van het net op peil blijft om de veiligheid en betrouwbaarheid daarvan voor de toekomst te waarborgen. Om dit doel zeker te stellen voert SodM op risicoanalyse gebaseerde inspectieprojecten uit bij de regionale gasnetbeheerders. Naast regulier overleg met de gasnetbeheerders, heeft SodM ook wettelijke instrumenten ter beschikking om doelen te bereiken.

Naast SodM zijn er nog andere inspecties die toezicht houden op de gastransportnetten:

 

Zie ook

Veiligheid. Milieu. Gezondheid.