Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft grote stappen gezet in de omgang met persoonsgegevens bij strafrechtelijke onderzoeken. Dat blijkt uit een nieuwe audit over de periode 2021 tot en met 2024. Toch valt het eindoordeel negatief uit.

Voor de tweede keer op rij liet SodM onderzoeken hoe buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) SodM omgaan met gevoelige data. De conclusie: er is een duidelijke verbeterslag gemaakt. Tegelijkertijd zijn er nog belangrijke aandachtspunten, zoals het correct toepassen van bewaartermijnen en het afronden van een interne IT-transitie.

Strenge regels sinds 2019

Volgens de Wet politiegegevens, moeten sinds 2019 organisaties met boa’s in dienst regelmatig laten controleren of zij zorgvuldig omgaan met politiegegevens. Die regels gelden ook voor SodM, waar inspecteurs soms optreden als boa en strafrechtelijk onderzoek doen onder leiding van het Openbaar Ministerie.

De audit richtte zich specifiek op onderzoeken naar milieudelicten, fraude en ernstige (dodelijke) ongevallen. Alleen strikt strafrechtelijke dataverwerkingen werden onder de loep genomen.

Wat ging goed - en wat niet?

Er zijn geen aanwijzingen dat politiegegevens onrechtmatig zijn gebruikt of voor verkeerde doeleinden zijn ingezet. Ook scoort SodM van de 108 punten, op 85 punten voldoende. In 2021 scoorde SodM op alle punten onvoldoende: er is dus sprake van een duidelijk stijgende lijn. Maar processen moeten beter worden vastgelegd én gecontroleerd, concludeerden de auditors.

Nieuwe controle

SodM heeft inmiddels een lijst met concrete verbeteracties opgesteld en het rapport gedeeld met de Autoriteit Persoonsgegevens. Binnen een jaar volgt een nieuwe controle om te kijken of de SodM de puntjes op de i heeft gezet. Inmiddels heeft SodM al verbeteringen doorgevoerd. De verwachting is dan ook dat het oordeel van de nieuwe controle positief is.