HVC Aardwarmte Maasdijk (HVC) heeft een aanvraag ingediend voor een wijziging van de startvergunning Maasdijk I. HVC vraagt toestemming om de injectietemperatuur te verlagen voor aardwarmteproject Maasdijk. SodM heeft de plannen beoordeeld en de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) hierover geadviseerd. SodM ziet geen aanleiding om de gevraagde wijziging te weigeren, maar adviseert wel om voorwaarden te verbinden aan de wijziging van de startvergunning om hiermee de veiligheid voor mens en milieu te borgen.
HVC wil voor aardwarmteproject Maasdijk I de injectietemperatuur verlagen van 35 °C naar 25 °C. Zij hebben hiervoor een wijziging van de startvergunning aangevraagd. SodM heeft de minister van KGG hierover geadviseerd. SodM ziet geen aanleiding om de gevraagde wijziging te weigeren, maar wil hier wel extra voorwaarden aan verbinden om de veiligheid van mens en milieu te borgen.
Extra risico’s
Het verlagen van de temperatuur van het injectiewater kan extra risico’s met zich meebrengen. Zo kan het risico op bodembeweging groter worden. Er zijn twee soorten bodembeweging: bodemdaling en bodemtrilling (aardbevingen). SodM vindt het aannemelijk dat de bodemdaling als gevolg van de aardwarmtewinning zeer beperkt zal zijn. HVC heeft daarnaast een analyse gemaakt van de risico’s op bodemtrilling. Hoewel SodM de hoofdconclusies van deze risicoanalyse niet kan onderschrijven, is SodM is van mening dat het risico met een adequaat risicobeheersplan voldoende beheerst kan worden. SodM heeft ook het risicobeheersplan van HVC beoordeeld en adviseert, gelet op de grote mate van onzekerheid rondom bodemtrilling bij geothermie, om meer voorzorg in de risicobeheersing te hanteren. Meer voorzorg betekent dat er al bij lichtere trillingen maatregelen moeten worden genomen. Zo kunnen trillingen die merkbaar zijn in de omgeving zoveel mogelijk voorkomen worden.