In Nederland zijn verschillende organisaties verantwoordelijk voor de uitvoering van de methaanverordening. De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) heeft de algemene verantwoordelijkheid. Daarnaast zijn er toezichthouders die controleren of bedrijven zich aan de regels houden. Deze toezichthouders kunnen ook ingrijpen als dat nodig is.
Een belangrijke toezichthouder is Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). SodM controleert vooral de olie- en gasindustrie, waaronder winning en transport, en andere mijnbouwactiviteiten. SodM kijkt of bedrijven goed meten, rapporteren en lekkages aanpakken.
Als bedrijven zich niet aan de regels houden, kan SodM handhavend optreden. Dat kan bijvoorbeeld met boetes of andere maatregelen. Zo draagt SodM bij aan het verminderen van methaanuitstoot en aan de bescherming van het klimaat.
Het toezicht op importeurs van gas en olie van buiten de Europese Unie ligt bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).
Werkwijze SodM
SodM werkt risicogestuurd. Dat betekent dat SodM in kaart brengt waar de grootste risico’s op methaanemissies zijn. SodM richt zich daarbij op vijf sectoren of locaties:
- olie- en gaswinning, inclusief de offshore olie- en gasindustrie;
- publieke gasnetten;
- gesloten systemen, zoals bij industrieterreinen en enkele vakantieparken;
- gasopslag, bijvoorbeeld in zoutcavernes;
- voormalige steenkoolmijnen.