De mijnbouw in Nederland begon op beperkte schaal in de 19e eeuw met steenkool. (De eerste steenkoolwinning begon al veel eerder in het gebied rond Rolduc in de regio Kerkrade in de twaalfde eeuw). In de tweede helft van de 19e eeuw werd de belangstelling voor de mijnbouw, vooral voor de steenkoolmijnen in Limburg, steeds groter. De ontwikkeling van de mijnbouwsector was een belangrijke motor voor de industriële revolutie in Nederland, die leidde tot een toenemende vraag naar steenkool voor de opkomende fabrieken en de spoorwegen.
Geschiedenis van de Mijnbouwwet
In 1810 is Staatstoezicht op de Mijnen opgericht, met de invoering van de Mijnwet door de Fransen.
In 1850 werd het Mijnbouwreglement van kracht.Dit was de eerste wettelijke basis voor de mijnbouwactiviteiten in Nederland. Dit reglement was bedoeld om de mijnbouw te reguleren en te zorgen voor een ordelijke exploitatie van de ondergrondse rijkdommen. Het reglement stelde regels vast voor de concessie van mijnbouwterreinen, de exploitatie van mijnen, en de verantwoordelijkheden van mijnbouwbedrijven.
In de loop van de tijd werd duidelijk dat de bestaande wetgeving niet voeldoende was om de toenemende industriële activiteiten en de groeiende vraag naar mijnbouwproducten te ondersteunen. In 1875 werd de Mijnwet geïntroduceerd, die een meer gedetailleerde en uitgebreide regeling bood voor de mijnbouw in Nederland. De Mijnwet regelde niet alleen de concessie en exploitatie van mijnen, maar stelde ook eisen op het gebied van veiligheid, arbeidsomstandigheden en milieu.

De Mijnwet in Nederland is voor het eerst in 1810 opgesteld, tijdens de tijd van het Koninkrijk Holland, onder koning Lodewijk Napoleon. De wet regelde toen het beheer en de exploitatie van ondergrondse grondstoffen, zoals steenkool en zout. Sindsdien is de wet meerdere keren aangepast en geüpdatet om in te spelen op de veranderende behoeften en omstandigheden in de mijnbouwsector. De meest recente versie van de Mijnbouwwet stamt uit 2003, en sindsdien zijn er ook veranderingen doorgevoerd, bijvoorbeeld om de focus te leggen op duurzaamheid en veiligheid in de mijnbouw.
De jaarverslagen 1851-1900
In de periode tussen 1850 en 1900 was er door een snelle industrialisatie en uitbreiding van mijnbouwactiviteiten in Nederland en Jaarverslagen van de overheid en mijnbouwbedrijven uit deze periode bieden waardevolle inzichten in de ontwikkeling van de mijnbouwsector.
De jaarverslagen van SodM uit deze periode geven een gedetailleerd beeld van de exploitatie van de mijnen, de economische impact van de mijnbouw en de veranderingen in de wet- en regelgeving. De rapporten bevatten vaak informatie over het aantal verleende, de productie van steenkool, de werkgelegenheid in de mijnen en de veiligheid van de mijnwerkers.
In de latere jaren van de 19e eeuw werd de nadruk steeds meer gelegd op de verbetering van de arbeidsomstandigheden en de veiligheid van de mijnwerkers. Het was duidelijk geworden dat de mijnbouwsector gevaarlijke arbeidsomstandigheden met zich meebracht, met name door de risico’s op explosies, instortingen en gezondheidsproblemen door blootstelling aan stof en gassen. De jaarverslagen reflecteerden deze zorgen en gaven aan dat de overheid meer maatregelen nam om de veiligheid te waarborgen.
De economische impact van de mijnbouw was groot. Jaarverslagen van SodM uit de jaren 1880 en 1890 lieten zien dat de productie van steenkool een belangrijke motor was voor de industriële ontwikkeling van Nederland, vooral in de regio’s Limburg en Noord-Brabant. Het aantal mijnwerkers groeide, evenals het aantal arbeiders in de aanverwante industrieën, zoals de scheepvaart, de staalproductie en de bouwsector.
