Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zet grote stappen om het onderwerp milieu meer aandacht te geven in haar toezicht op mijnbouw in Nederland. SodM gaat verder met het structureren en meetbaar maken van haar milieutaken die bij wet zijn verankerd. Mijnbouw vindt plaats in de diepe ondergrond van Nederland, maar heeft zowel ondergronds als bovengronds invloed op het milieu en de leefomgeving.
Voor de integratie van het thema milieu in haar toezicht, heeft SodM in 2021 een document genaamd ‘Milieuambitie’ opgesteld. Directeur van SodM, Boukje van der Lecq-Meijssen: ‘De Milieuambitie was de afgelopen jaren ons kompas om stap voor stap met meer structuur onze milieutaken uit te voeren. We hebben onze kennis en capaciteit uitgebreid en ons toezicht op de milieueffecten van mijnbouw is toegenomen.’
De komende jaren zal SodM dit toezicht, op basis van bestaande wet- en regelgeving, verder vormgeven als onderdeel van haar inspecties. Dit doet SodM, zoals ook in de rest van haar toezicht, op een ‘risicogestuurde’ wijze waarbij de focus ligt op potentieel de grootste risico’s voor mens en milieu. Van der Lecq-Meijssen: ’Milieu heeft ook onze aandacht bij het adviseren van de minister op vergunningen en het beoordelen van ontheffingen.’
Chemische stoffen
Als voorbeeld heeft SodM de afgelopen jaren haar toezicht op Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), zoals bijvoorbeeld benzeen, kwik en PFAS verbeterd.
SodM-inspecteurs houden nu actief toezicht op hoe bedrijven deze stoffen vermijden en verminderen. Ook heeft SodM contact gezocht met omgevingsdiensten om haar eigen kennis over ZZS om haar toezicht aanpak te versterken. SodM ziet daarnaast toe op het uitfaseren van brandblusmiddelen met PFAS. PFAS staat voor ‘per- en polyfluoralkylstoffen’. Dit zijn chemische stoffen die door de mens zijn gemaakt en een negatief effect op milieu en gezondheid hebben. SodM heeft in 2026 diverse kantoorinspecties uitgevoerd om de voortgang van de uitfasering van PFAS op 82 mijnbouwlocaties in kaart te brengen.
Afvalwater injectie
Er is sinds 2020 een verbeterslag gemaakt wat betreft toezicht op injectiewater en afvalwaterstromen. Deze verbeterslag kwam met name tot stand door middel van inspecties, actualisatie van vergunningen, vergroten van kennis en expertise en het (laten) uitvoeren van onderzoek. Zo heeft SodM in 2023 waterinjectie in Twente beoordeeld en geadviseerd dat injectie nog steeds de beste manier is om het water te verwerken dat vrijkomt bij de oliewinning in Schoonebeek. Ook heeft SodM op verzoek van het ministerie (EZK) geadviseerd bij het opstellen van nieuwe richtlijnen voor het toezicht op waterinjectie.
Achterlaten van pijpleidingen
Momenteel wordt in opdracht van SodM onderzocht wat de milieueffecten zijn van het achterlaten van offshore pijpleidingen van olie- en gasplatforms, die niet langer in gebruik zijn. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om een beter inzicht te krijgen in de lange termijn effecten van het achterlaten van infrastructuur nadat deze uit gebruik is genomen.
Internationale overleggen
Ook heeft SodM haar internationale netwerk uitgebreid als onderdeel van haar Milieuambitie. SodM is inmiddels lid van een internationaal overleg van milieutoezichthouders op de offshore olie- en gaswinning, IOPER, en voorzitter van een IOPER-werkgroep die zich richt op het delen van kennis over de milieueffecten van ontmanteling. Ook vertegenwoordigt SodM, Nederland in de jaarlijkse Offshore Industry Committee van OSPAR. OSPAR is een internationale organisatie om het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan te beschermen.
Nazorg
Ook de milieuaspecten van nazorg – de zorgplicht van bedrijven nadat zij gestopt zijn met mijnbouw op een locatie – hebben de aandacht van SodM. Milieueffecten zijn soms pas op langere termijn zichtbaar; monitoren is een belangrijk onderdeel van nazorg.