Reactie SodM op wetsvoorstel over Groningen-gasveld: beperk de NAM niet in haar plicht om maatregelen te nemen tegen de nadelige gevolgen van de jarenlange gaswinning

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) doet een dringende oproep: beperk de NAM niet in haar wettelijke plicht om, óók als de winning uit het Groningen-gasveld is gestopt, maatregelen te nemen om de nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Deze nadelige gevolgen stoppen immers niet met het sluiten van het gasveld. Vanwege de bevingen die nog decennia kunnen optreden en het feit dat de kennis over het gasveld nog steeds in ontwikkeling is, is deze zogeheten ‘zorgplicht’ van groot belang. 

SodM wil als toezichthouder de NAM kunnen blijven opdragen actie te ondernemen, ook voor na-ijleffecten en risico’s als gevolg van de jarenlange gaswinning die nu nog niet bekend zijn. Dit heeft SodM geadviseerd aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in de ontwikkeling van het wetsvoorstel ‘Wijziging Gaswet en Mijnbouwwet in verband met beëindiging van de gaswinning Groningen-gasveld’. Dit wetsvoorstel is vandaag door staatssecretaris Vijlbrief aangekondigd.

Nazorgplan voor Groningen

Daarnaast komt SodM met nog twee adviezen om ervoor te zorgen dat zij ook in de toekomst goed toezicht kan houden op de veiligheid van mens en milieu in Groningen. Zo pleit SodM voor het opnemen van een verplichting voor de NAM om een nazorgplan ter goedkeuring voor te leggen aan de toezichthouder. Dit nazorgplan moet in ieder geval zien op de monitoring, het systematisch beheer van risico’s, data en kennis, en de ontwikkeling van kennis van zowel technische aspecten als de impact op mens en milieu. Tot slot heeft SodM geadviseerd om de standaardtermijn van 30 jaar waarbinnen mijnbouwbedrijven verplicht zijn om een gasveld na sluiting te monitoren, te kunnen verlengen. SodM vindt dit belangrijk gezien de omvang van de problematiek in Groningen, en de tijd die het zal vergen voordat het gasveld tot rust is gekomen.

Update

EZK heeft het wetsvoorstel op 3 oktober 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd