Methaan is de belangrijkste component van aardgas. Het is een krachtig broeikasgas en zorgt mede voor de opwarming van de aarde. Daarom is het belangrijk om uitstoot en lekkage van methaan bij de winning van aardgas zo laag mogelijk te houden. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt hier toezicht op.

Wanneer komt methaan vrij?
Bij de productie van aardgas komt onvermijdelijk ook methaan in de atmosfeer terecht. Productie-installaties moeten daarom zo worden ontworpen dat de uitstoot van methaan tot een minimum wordt beperkt. Methaan ontsnapt soms ook per ongeluk, bijvoorbeeld als een oude gasput lekt. 

Beperken uitstoot methaan vastgelegd in vergunning
Aardgas wordt gewonnen op zee (‘offshore’) en op land. Voor het winnen van aardgas op land heeft een onderneming een omgevingsvergunning nodig. Offshore moet een mijnbouwonderneming een mijnbouwmilieuvergunning aanvragen. De mijnbouwonderneming vraagt een vergunning aan bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). SodM adviseert EZK over de vergunningsvoorwaarden. Een belangrijke toets bij de vergunningverlening is dat de ‘beste beschikbare technieken’ voor milieubeschermende maatregelen worden toegepast.

SodM controleert voorwaarden uit de vergunning
SodM inspecteert gasproductie-installaties om te controleren hoe deze maatregelen in de praktijk worden toegepast. Zo wordt ervoor gezorgd dat mijnbouwondernemingen hun emissies van methaan (en andere schadelijke stoffen) tot een minimum beperken. Het is echter relatief duurder om uitstootbeperkende maatregelen door te voeren bij bestaande platforms op zee. Daarom wordt er offshore relatief meer methaan uitgestoten dan op land. SodM dringt er bij offshore mijnbouwondernemingen op aan hun uitstoot van methaan te verminderen. De industrie is onder leiding van brancheorganisatie Nogepa in januari 2018 met een inventarisatie gestart voor de mogelijkheden hiertoe. Nogepa is voornemens eind 2018 per mijnbouwonderneming een methaan-reductieplan voor te leggen aan SodM.

Controle in lucht op methaanuitstoot bij productielocaties
Mijnondernemingen rapporteren jaarlijks de uitstoot van methaan bij de winning van aardgas in hun elektronische milieujaarverslag (e-MJV). In 2018 besteedt SodM in haar inspecties extra aandacht aan de controle van de gerapporteerde uitstoot van methaan en stikstofoxide. Daarnaast controleert SodM de uitstoot bij mijnbouwlocaties door metingen uit te laten voeren door een onafhankelijke partij in de lucht rondom productielocaties. Begin 2018 heeft SodM samen met kennisinstituut ECN methaanuitstoot gemeten bij actieve mijnbouwlocaties op land. Als er hoge concentraties worden aangetroffen, duidt dit mogelijk op een lek. Dan spreekt SodM de betrokken mijnbouwonderneming hierop aan. Daarnaast controleert SodM of de werkelijke uitstoot van methaan binnen de voorwaarden van de vergunning valt. 

Methaan in de lucht bij oude verlaten gasputten?
SodM heeft in 2016 en 2017 door ECN methaanmetingen laten doen in de lucht bij oude verlaten gasputten. Hierbij heeft ECN gebruik gemaakt van een nauwkeurig meetinstrument in een meetwagen dat al het methaangas detecteert dat opgaat in een luchtpluim vanaf de verlaten put. In gevallen waarbij een methaanconcentratie daadwerkelijk in lucht werd opgepikt werden detailmetingen uitgevoerd met behulp van een soort van afzuigkap direct op de afgedekte grond boven de ‘verdachte’ afgesloten verlaten put. Er werd op twee voormalige mijnbouwlocaties een verhoogd methaangehalte gemeten. Detailmetingen toonden echter aan dat het methaangas niet afkomstig waren van de oude verlaten gasput. In het ene geval was de methaan afkomstig van een rioolbuis en in het andere geval van een lekkende gasleiding. In totaal zijn er op deze manier metingen verricht bij 185 putten. Dit is 14% van de totale hoeveelheid verlaten gasputten. Hier is verder geen methaan in de lucht gedetecteerd.  

Lees hier het ECN-rapport: Rapport Methaan emissiemetingen aan buiten gebruik gestelde olie- en gaswinningsputten.

Onderzoek naar methaanlekkages onder de grond
De Universiteit Utrecht (UU) heeft in de zomer van 2017 methaanmetingen verricht in de bodem bij een dertigtal afgesloten verlaten putten. Bij één put, namelijk de voormalige NAM-locatie in Monster, is een zeer geringe gasstroom in de bodem gevonden. Op deze locatie zijn boven de grond geen verhoogde concentraties waargenomen. De NAM, als voormalige mijnonderneming op deze locatie, heeft vervolgens deze oude put uitgegraven tot waar deze afgesneden was, en geconstateerd dat dat er inderdaad 1 tot 2 liter gas per dag lekt. De NAM onderzoekt onder toezicht van SodM hoe deze afgesloten put gerepareerd of veilig gesteld kan worden.

Verder onderzoek naar veiligheid van oude verlaten gasputten
Onder de noemer van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) zet SodM verder onderzoek uit bij onafhankelijke gezaghebbende kennisinstituten om het inzicht in en begrip van risico’s en de daarmee samenhangende onzekerheden van afgesloten verlaten putten te vergroten. Daarnaast verkent SodM de vraag wat de implicaties zijn voor het gebruik van de grond boven een verlaten gasput.