Ondergrondse opslag

In de diepe ondergrond zijn ruimtes aanwezig die geschikt zijn om stoffen op te slaan. Dit kunnen  de poriën van gesteenten in lege olie- en gasvelden zijn of ondergrondse cavernes bijvoorbeeld in zoutlagen. Stoffen worden tijdelijk opgeslagen als voorraad om pieken in gebruik op te kunnen vangen, dit heet buffering. Stoffen kunnen ook permanent worden opgeslagen. Zo zijn er plannen voor de permanente opslag van koolstofdioxide (CO2) in de ondergrond.

Waar vindt ondergrondse opslag plaats?

In Nederland worden al sinds enkele decennia stoffen in de ondergrond opgeslagen. Hierbij gaat het om zeven locaties voor de opslag van aardgas, stikstof (N2) en gasolie (diesel). Opslag van andere stoffen zoals CO2 en waterstof (H2) vindt nog niet plaats in Nederland.

Wat is de rol van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)?

Om een stof ondergronds te mogen opslaan is een goedgekeurd opslagplan nodig. SodM adviseert de minister van Economische Zaken en Klimaat of een ingediend opslagplan voldoet aan de in de Mijnbouwwet gestelde eisen. Verder houdt SodM toezicht op de ondergrondse opslagen: ondergrondse opslagen van mijnondernemingen moeten aan het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo) voldoen en SodM voert hiervoor jaarlijks Brzo-inspecties uit.

De nadruk bij het advies en toezicht van SodM ligt op de veiligheids- en milieuaspecten, zoals stabiliteit van de gebruikte cavernes, integriteit van afsluitende lagen, risico’s door bodembewegingen en risico’s op ondergrondse verspreiding van stoffen.

Verder heeft SodM wetenschappelijk onderzoek uitgezet naar de risico’s van ondergrondse opslag, onder andere via het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM). Zo zijn via KEM de geomechanische factoren onderzocht die zorgen voor mogelijke breukbewegingen tijdens het op- en afbouwen van gasdrukken in ondergrondse gasopslagen.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten van SodM?

  • Stabiliteit van de opslagcavernes; Mijnbouwondernemingen moeten ervoor te zorgen dat de druk in de caverne binnen veilige grenzen blijft, en de vorm van de caverne monitoren via sonar.
  • Integriteit van de ondergrondse opslag; Mijnbouwondernemingen moeten ervoor zorgen dat de opgeslagen stoffen zich niet kunnen verspreiden buiten de opslag.  Mijnbouwondernemingen moeten doorboorde lagen zorgvuldig afdichten. Bovendien moeten zij ervoor zorgen dat zij bij het vullen van de opslag onder de druk blijven die de afsluitende laag aankan. 
  • Integriteit van putten; De ondergrondse opslagen worden gevuld en weer leeggehaald door middel van putten. De integriteit van deze putten kan verminderen door bijvoorbeeld corrosie. Mijnbouwondernemingen moeten daarom een goedwerkend veiligheidsbeheerssysteem hebben voor hun putten.
  • Risico’s op aardbevingen; Voor het verkrijgen van een vergunning voor de ondergrondse opslag van aardgas, moeten mijnbouwondernemingen de seismische risico’s van de opslag onderzoeken. Ook moeten zij aangeven hoe zij deze risico’s beheersen.  
  • Risico’s op bodemstijging/bodemdaling; Bij ondergrondse opslag van aardgas kan geringe bodemstijging plaatsvinden; dit kan het effect van bodemdaling door eerdere gaswinning deels compenseren. Buffering kan ook geringe bodemdaling tot gevolg hebben, wanneer de opgeslagen stof weer gewonnen wordt voor gebruik. Deze risico’s en de wijze waarop deze beheerst worden, moet de mijnbouwonderneming in kaart hebben gebracht voor het verkrijgen van een vergunning.

Meer informatie over ondergrondse opslag per gebied.