Olie- en gaswinning

Blijvende aandacht voor veiligheid bij kleine gasvelden

Naast het Groningen-gasveld telt Nederland zo’n 240 kleine gasvelden op land, in de Noordzee en de Waddenzee. De helft van deze kleine gasvelden ligt in de Noordzee. De winning van olie is in verhouding tot de gaswinning klein.

Om olie of aardgas te mogen winnen, heeft een mijnbouwbedrijf een aantal vergunningen nodig van het ministerie van Economische Zaken (EZK). Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert het ministerie over de veiligheidsaspecten van deze vergunningen. Daarnaast is SodM toezichthouder en controleert of mijnbouwondernemingen zich aan de wet- en regelgeving houden. Voor het eerst sinds jaren zijn er in 2019 geen nieuwe offshore gasvelden ontdekt. Het aantal platforms dat in 2019 is verwijderd als gevolg van het leegraken van velden, was daarentegen hoger dan ooit. Er zijn in 2019 vijf installaties verwijderd, waarvan één samengestelde installatie.

Uitgelicht

Intensief onderzoek lekkage Delfzijl

De eerste maanden van 2019 liep het onderzoek van SodM naar de lekkage van 30m3 aardgascondensaat uit het tankenpark van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in Farmsum, gemeente Delfzijl. Hierbij werd 30m3 aardgascondensaat op het oppervlaktewater geloosd. Een gebrek aan alertheid bij NAM en een te groot vertrouwen in techniek en procedures bleken oorzaken van de lekkage. SodM heeft NAM daarom opgedragen om de alertheid op alle locaties te verbeteren om herhaling te voorkomen en controleert dit onder meer tijdens inspecties. Omwonenden hebben volgens onderzoek van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu dat in opdracht van SodM is uitgevoerd geen gezondheidsrisico’s gelopen, daarvoor was de blootstelling te laag. Waar nodig zijn maatregelen genomen om herhaling te voorkomen, ook in vergelijkbare situaties bij andere inrichtingen. De lekkage leidde tot onrust en vragen van (lokale) politiek en omwonenden. SodM heeft op verzoek van de burgemeester van Delfzijl de resultaten van het onderzoek naar de oorzaken van het milieu-incident toegelicht op een bewonersavond.

Overschrijden geluidsnorm in Weststellingwerf

SodM heeft een last onder dwangsom opgelegd aan Vermilion voor het overschrijden van de geluidsnorm bij het boren naar een gasveld in Noordwolde, gemeente Weststellingwerf. In het weekend van 16 november 2019 verscheen een filmpje op Facebook waarop dit te horen was. In de weken voorafgaand aan 16 november heeft SodM regelmatig inspecties uitgevoerd waarin op de gebruikelijke manier naar allerlei technische zaken is gekeken. Er waren toen geen aanwijzingen voor geluidsoverschrijdingen of dat die mogelijk zouden optreden. Overschrijdingen kunnen alleen tijdens de overschrijding of achteraf uit geregistreerde geluidsmeetresultaten worden geconstateerd. Boren hoeft, indien de apparatuur goed wordt gebruikt, niet lawaaiig te zijn, behalve bij onvoorziene geologische omstandigheden.

Tijdens boren wordt wel vaak meer geluid geproduceerd dan tijdens productie. Daarom zijn ondernemingen veelal verplicht om het geluidsniveau tijdens boren continu te meten en te registreren. De klacht, dus het filmpje, was voor SodM reden voor een extra inspectie op de locatie. Hieruit bleek dat het bedrijf verzuimd had adequate actie te nemen op overschrijdingen die ze de week ervoor zelf gemeten hadden. Om die reden werd gedurende die week ‘verscherpt’ toezicht gehouden. SodM heeft onafhankelijke geluidsmetingen laten uitvoeren door de Friese omgevingsdienst, en beoordeelde de kans op herhaling groot. SodM heeft Vermilion de last onder dwangsom opgelegd om herhaling te voorkomen. Vermilion heeft vervolgens een aantal additionele maatregelen getroffen om verdere geluidsoverlast te voorkomen.

Toezicht

inspectie in de olie- en gassector

Toezicht op implementeren RiGG's offshore

In de Rapporten inzake Grote Gevaren (RiGG’s) voor installaties op zee zijn onder meer maatregelen beschreven om incidenten zoals een (zwaar) ongeval te voorkomen en de kans hierop te minimaliseren. SodM houdt toezicht zodat de maatregelen die hiervoor in de RiGG’s zijn beschreven ook daadwerkelijk onderdeel uitmaken van het zorgsysteem van de ondernemingen. Bij de 12 mijnbouwondernemingen zijn inspecties uitgevoerd naar de implementatie van de onafhankelijke verificatie van veiligheids- en milieukritische elementen, de zogenoemde Safety and Environmentally Critically Elements (SECE). De onafhankelijke verificatie is vrij nieuw en daarmee is nog maar een jaar ervaring opgedaan. Gebleken is dat de meeste mijnbouwondernemingen op schema liggen. Echter een kwart van de mijnbouwondernemingen heeft minder dan 20 procent van het vijf jaar durende verificatieprogramma uitgevoerd. Deze ondernemingen zullen de resterende vier jaar het programma moeten intensiveren. Ook de verklaringen van onafhankelijkheid van de verificateurs waren punt van aandacht. Twee onafhankelijke verificateurs zijn door SodM bezocht. Eén van de verificateurs was opgevallen dat bij het testen van SECE’s het automatische brandblussysteem relatief vaak niet geheel naar behoren werkte. Als dit structureel is, moet de onderneming het onderhoud en/of de inspectiefrequentie van deze systemen aanpassen.

RiGG's onshore en offshore

Naast RiGG’s voor de offshore installaties moeten ondernemingen ook RiGG’s indienen voor hun boorinstallaties en installaties op land. Voor alle offshore installaties en boorinstallaties op land is instemming van SodM dat het RiGG aan de daaraan gestelde wettelijke eisen voldoet noodzakelijk. In 2019 zijn 11 instemmingen verleend: een keer voor een nieuwe vaste mijnbouwinstallatie, drie keer voor wijzigingen van een vaste mijnbouwinstallatie en zeven keer voor een mobiele mijnbouwinstallatie. Voor installaties op land is een dergelijke instemming niet vereist.

Emissies

In 2019 werden enkele emissiemetingen met de zogenoemde IR VOS-camera afgerond. Met zo’n camera kunnen methaanemissies worden gefilmd die met het blote oog niet te zien zijn. Bij een aantal mijnbouwondernemingen op land is vooral gekeken naar de lekdichtheid van aardgascondensaatopslag. Deze opslagtanks worden in reguliere lekdetectieprogramma’s niet meegenomen. Er zijn enkele lekkages opgespoord die zijn gerepareerd. In reactie op de uitgevoerde metingen heeft één van de ondernemingen zelf een IR VOS-camera gekocht om de eigen installaties voortaan te controleren.

De zogenoemde e-MJV-rapportages, waarbij e-MJV staat voor het elektronisch Milieujaarverslag waarmee bedrijven hun emissies indienen, zijn van alle mijnbouwbedrijven beoordeeld op het niveau van de onderneming. Naar aanleiding van afwijkende trends zijn in 2019 vragen gesteld. Vaak konden bedrijven de afwijkingen verklaren, soms bleek er een invoerfout te zijn gemaakt. SodM is daarnaast ook gestart met het controleren van de systemen en protocollen die ondernemingen gebruiken voor het bepalen, registeren en beoordelen van emissies op de winningsinstallaties, on- en offshore en niet alleen methaan-emissies maar ook NOx. Hiervoor zijn kantoorbeoordelingen uitgevoerd bij de twee mijnbouwondernemingen ter voorbereiding van de veldinspecties bij die ondernemingen. In 2020 loopt het project om het emissieregistratiesysteem van de bedrijven gedetailleerder te controleren door.

In 2019 is voor offshore de wet- en regelgeving van kracht geworden voor emissies uit stookinstallaties, aldus het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hierin worden emissie-eisen gesteld uit stookinstallaties. Niet alle bedrijven voldeden aan de emissie-eisen. Maar, na gesprekken met deze bedrijven, hebben zij maatregelen genomen om in de toekomst de wet- en regelgeving wel te kunnen naleven. Neptune bleek echter niet in staat één van de stookinstallaties te laten voldoen aan deze eisen. SodM heeft daarom aan Neptune een last onder dwangsom opgelegd.

In het Convenant Offshore Methaanemissiereductie 2019-2020 hebben het ministerie van EZK en de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA) afgesproken om uiterlijk eind 2020 de methaanemissies van offshore productieplatforms met 50 procent te reduceren in vergelijking met 2017. SodM heeft de industrie ertoe aangezet om te onderzoeken waar emissiereductie kan worden gerealiseerd. Op basis van dat onderzoek heeft het ministerie samen met NOGEPA de te nemen maatregelen vastgelegd in bindende afspraken. SodM heeft in 2019 de vorderingen van de reductieplannen beoordeeld en er zijn goede vorderingen gemaakt. Het is nog niet te zeggen of de doelstelling wordt behaald.

Putintegriteit niet overal op orde

In 2019 werden vier ondernemingen geïnspecteerd op het beheer van de integriteit van de putten. SodM zag erop toe dat de ondernemingen voldoende aandacht geven aan het detecteren en het tijdig repareren van gebreken, en op het nemen van veiligheidsmaatregelen. Putintegriteit wordt beheerst door het ‘Well Integrity Management Systeem’ volgens ISO 16530. Achterstallig onderhoud bij twee bedrijven en het ontbreken van specifieke tijdgebonden acties tot herstel van barrières bij één van de bedrijven waren de belangrijkste bevindingen. Hoewel gebreken in de gassector goed beheerst worden via de borging van de putintegriteit in het zorgsysteem, had in 2017 een kwart van de gasputten een gebrek aan de eerste of laatste barrière, respectievelijk 9 en 15 procent. Dit was en is reden voor SodM om het toezicht op de integriteit van putten te intensiveren, en is in 2018 en 2019 weer specifiek aandacht aan dit onderwerp besteed.

Toezicht op meetplannen en instemmingsbesluiten

In 2019 zijn 30 kantoorbeoordelingen uitgevoerd in de olie- en gassector op land, exclusief Groningen. Hiervan zijn er 12 gerelateerd aan verplichtingen die voortkomen uit de vereiste om bodemdaling te voorspellen en te controleren, de zogenoemde meetplannen. In een aantal gevallen leiden deze kantoorbeoordelingen tot aanpassingen in de meetplannen. De overige 18 kantoorbeoordelingen zijn het gevolg van het controleren van verplichtingen die volgen uit artikelen in instemmingsbesluiten, veelal gerelateerd aan het beheersen van seismisch risico. Hiermee zorgt SodM ervoor dat de voorwaarden worden nageleefd.

Onderzoek

Meting methaanemissies actieve gaswinningslocaties onnauwkeurig

ECN/TNO onderzocht in opdracht van SodM de methaanuitstoot van 19 mijnbouwinstallaties. Het onderzoek toonde aan dat de totaal gemeten uitstoot van methaan vergelijkbaar is met de uitstoot die de ondernemingen rapporteren. Er zijn wel verschillen. Er zijn installaties doorgemeten waarbij de uitstoot lager is dan gerapporteerd. Bij andere installaties is de uitstoot weer hoger. Vooral één locatie had een duidelijk hogere uitstoot dan het bedrijf rapporteerde. SodM voerde op basis van deze uitkomst aanvullend onderzoek uit op locatie (zie Emissies link?).

Evaluatie Brent Decommissioning derogation documents

Op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft SodM opdracht gegeven tot een onafhankelijke evaluatie van de rapporten op basis waarvan het Verenigd Koninkrijk instemming wil verlenen aan Shell voor het gedeeltelijk laten staan van de Brent platform installaties in de Noordzee. De evaluatie maakt duidelijk dat er momenteel onvoldoende grond is om gebruik te maken van de uitzonderingsclausule in het zogenoemde OSPAR-verdrag. Op basis hiervan heeft Nederland als partij van het OSPAR-verdrag bezwaar gemaakt tegen het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om vergunning te verlenen aan Shell om de fundamenten van de Brent olie- en gasplatforms met daarin verontreinigd materiaal te laten staan. Meer onderzoek is nodig om te bepalen welke handelwijze de beste is en daarmee of van de algemene uitgangspunten van het verdrag afgeweken kan worden.

Voorlichting over fracking

SodM bemerkt onrust rondom fracken. Fracking is een techniek om de doorlaatbaarheid van gesteente te vergroten zodat olie, aardgas of aardwarmte, makkelijker kan worden gewonnen. Veel van deze onrust is gebaseerd op nadelige gevolgen van het fracken bij het winnen van schaliegas. Onder meer in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië heeft dit tot aardbevingen geleid. Schaliegaswinning is in Nederland niet toegestaan. En dus wordt deze omstreden manier van fracken in Nederland niet toegepast.

SodM onderzocht in 2019 of (conventionele) fracking in Nederland heeft geleid tot risico’s voor mens en milieu. TNO heeft de uitkomsten hiervan gevalideerd door middel van een extra onderzoek. Hieruit blijkt dat dit in Nederland tot nu toe veilig is toegepast. Het is echter niet mogelijk om alle gevolgen van fracking op de lange termijn te monitoren. SodM bekijkt of deze monitoring opgestart kan worden. Om waar mogelijk zorgen rondom fracken weg te nemen, heeft SodM hierover voorlichting op haar website geplaatst.

Lozing productiewater

Productiewater dat bij de productie van olie en gas uit de ondergrond komt, mag na zuivering in zee geloosd worden. Aan de hoeveelheid olie die daarbij in zee mag komen, zijn in de Mijnbouwregeling grenzen gesteld voor het gemiddelde oliegehalte per maand, 30 mg/liter, en het maximale oliegehalte per monster, 100 mg/liter. Er is in de praktijk minder olie met het productiewater geloosd dan is toegestaan. De hoeveelheid geloosde olie is sinds 2011 zo goed als gelijk gebleven.

Geloosde olie in 10 jaar

Geloosde olie in 10 jaar in tonnen
Maximaal toegestaan geloosde olieGeloosde olieIncidenteel geloosde olie
2010295973
2011262591
2012278721
2013265741
2014275751
2015245511
2016205621
2017188601
2018177601
2019177561
Brontabel als csv (226 bytes)

Vragen over affakkelen

SodM ontving signalen van omwonenden die zich zorgen maken over een vlam bij mijnbouwinstallaties. Ten onrechte was het beeld dat dergelijk affakkelen verboden is. Affakkelen is een noodzakelijke veiligheidsmaatregel voor mijnbouwinstallaties. Bijvoorbeeld als de druk in een installatie te hoog wordt, dan wordt het teveel aan gas via de fakkel veilig afgeblazen. Gebeurt dit niet, dan kan de installatie in het ergste geval ontploffen. SodM heeft daarom uitleg over affakkelen op haar website geplaatst.

Ontwikkeling

Toezichtsarrangement Decommissioning in de maak

Uit bedrijf genomen offshore installaties moeten in de toekomst worden verwijderd, zogenoemde decommissioning. Om de kosten hiervan te minimaliseren, ontwikkelt de sector hiervoor op initiatief van Energie Beheer Nederland een gezamenlijk plan van aanpak. SodM volgt deze ontwikkelingen uit oogpunt van veiligheid. In 2019 is SodM gestart met de ontwikkeling van het toezichtsarrangement voor offshore decommissioning, dat in 2020 wordt opgeleverd.

Aanbevelingen cyberweerbaarheid mijnbouwondernemingen

SodM is toezichthouder op alle risico’s van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM) die kunnen ontstaan door incidenten op mijnbouwwerken. Ook cyberincidenten kunnen VGM-risico’s tot gevolg hebben. Daarom houdt SodM ook toezicht op het voorkomen van dit soort incidenten op mijnbouwactiviteiten die niet onder de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen vallen. Samen met experts heeft in 2019 onderzoek plaatsgevonden om na te gaan wat de kwetsbaarheden van de digitale systemen zijn. Hieruit kwamen aanbevelingen op het gebied van groeiend bedrijfsrisico, passende informatiebeveiliging en cyberweerbaarheid. SodM heeft nu een indruk hoe cybersecurity en informatiebeveiliging momenteel is geïntegreerd in de bedrijfsvoering van sector. SodM blijft de ontwikkelingen omtrent cybersecurity in samenwerking met het Agentschap Telecom en de andere inspecties volgen.

Niet alles uitgevoerd

Langlopende juridische trajecten hebben veel tijd gekost van de organisatie. De duur van deze trajecten wordt niet door SodM zelf bepaald en is daardoor lastig vooraf in te schatten. Zo heeft bijvoorbeeld het opstellen van een proces-verbaal veel langer geduurd en dus meer tijd gekost dan vooraf verwacht. SodM was gewend dat het opstellen van een proces-verbaal enkele maanden kon duren, maar in 2019 is een proces-verbaal afgerond waarmee in 2016 is gestart. Mede daardoor is niet alles uit het Jaarplan 2019 uitgevoerd.