Waterinjectie: injecteren van productiewater

Op zee en op land komt bij de winning van aardolie water uit de diepe ondergrond mee naar de oppervlakte. In mindere mate gebeurt dit ook bij de winning van aardgas. Dit water heet productiewater. De olie en het gas worden boven de grond van het water gescheiden. Meestal gaat dat water weer terug in de diepe ondergrond.

Terug de bodem in of in de zee

Op land wordt het productiewater sinds de jaren '70 via een zogenaamde injectieput weer teruggebracht naar waar het vandaan kwam: naar dezelfde of een vergelijkbare laag in de ondergrond. De bovenliggende laag die voor miljoenen jaren de olie of het gas afdekte, houdt nu het productiewater op zijn plek.

Op zee wordt productiewater van olie gereinigd en in zee geloosd. Of het productiewater wordt, net als op land, in een leeg gas- of oliereservoir geïnjecteerd.

De samenstelling van het productiewater

Ter bescherming van de putten en buisleidingen worden tijdens de productie zeer kleine hoeveelheden stoffen toegevoegd aan het water onder andere om corrosie (aantasting van de leidingen door roest) tegen te gaan.

Veilig voor mens en milieu

Het terugbrengen van productiewater in de diepe ondergrond is aan regels gebonden om mens en milieu te beschermen. Er is op dit moment geen andere manier om het productiewater te verwerken die beter is voor mens en milieu. Dat blijkt uit enkele milieu effect rapportages die vooraf zijn uitgevoerd bij waterinjectieprojecten, zoals die voor Schoonebeek. In zo’n rapportage staat welke effecten een activiteit (zoals oliewinning of waterinjectie) heeft op het milieu.

Omstandigheden gelijk houden

Er wordt niet meer water in een leeg gas- of olieveld gepompt dan er destijds aan olie of gas in zat. Door niet meer water te injecteren, blijft de druk zoveel mogelijk hetzelfde en blijft de afsluitende aardlaag boven het water heel. 

Risico op aardbevingen?

In Nederland wordt alleen in lege velden productiewater geïnjecteerd. En die hebben een bovenliggende aardlaag die de olie of het gas voor miljoenen jaren heeft afgesloten. Dezelfde laag zal voorkomen dat het water zich uit het reservoir naar andere lagen kan verspreiden. Als er tijdens de gasproductie geen bevingen zijn geweest, dan is de kans dat tijdens het vullen van het reservoir met water een beving ontstaat ook vrijwel nihil.

Goed en eenvoudig toezicht

Mijnbouwondernemingen moeten de staat van waterinjectieputten en de transportleidingen van productiewater goed in de gaten houden. Ze moeten daarvoor een ‘integriteit management systeem’ maken en volgen voor hun putten en leidingen. SodM houdt toezicht op dat systeem.

Of een put veilig functioneert, is eenvoudig vast te stellen. De put heeft een binnenbuis en een buitenbuis. Verandert de druk tussen die twee buizen, dan lekt de binnen- of de buitenbuis. Dan stopt de waterinjectie tot na de reparatie. Door steeds de druk te blijven meten, kan lekkage voorkomen worden. Bij een incident net over de Nederlandse grens in Emlicheim is dit meten niet goed gedaan en daardoor is de lekkage voor langere tijd onopgemerkt gebleven.

Mijnbouwondernemingen analyseren het productiewater ook. Als de vergunning dat verplicht, levert de onderneming ieder jaar de laboratoriumresultaten in bij SodM. SodM kan ook via eigen inspecties op locatie toezicht houden. Daarbij controleren de inspecteurs bijvoorbeeld of alleen het vergunde productiewater wordt geïnjecteerd. De afgelopen jaren hebben de inspecteurs daarbij geen oneigenlijke praktijken waargenomen.