Injectie van productiewater in Twente

Voor de winning van olie in het Drentse Schoonebeek, injecteert de NAM stoom in het olieveld waardoor de stroperige olie vloeibaarder wordt. De stoom condenseert in de diepe ondergrond, vermengt zich met het van nature aanwezige water en wordt samen met de olie weer omhoog geproduceerd. Het productiewater wordt vervolgens van de olie gescheiden en via bovengrondse transportleidingen naar Twente gebracht.

In Twente wordt dit productiewater geïnjecteerd in lege gasvelden. Boven deze velden ligt een gesteentelaag die het aardgas voor miljoenen jaren heeft afgesloten. Dezelfde laag voorkomt dat het water zich uit het reservoir naar bovenliggende lagen kan verspreiden. 

Verscherpt toezicht

Alle activiteiten van de NAM rondom de injectie van productiewater afkomstig van de oliewinning in Schoonebeek staan sinds juni 2021 onder verscherpt toezicht van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Van de NAM wordt verwacht dat zij in de periode van verscherpt toezicht intensief werkt aan de vereiste verbeteringen en onderzoeken, die zijn opgelegd door SodM. SodM houdt in deze periode nauw contact met de NAM om deze verbeteringen en onderzoeken te volgen. Daarnaast voert SodM extra (onverwachte) inspecties uit. Pas als SodM ervan overtuigd is dat de NAM de risico’s van waterinjectie in de diepe ondergrond afdoende beheerst, kan het verscherpte toezicht worden beëindigd.  

Inspecteur op locatie
Inspecteur op locatie

Hoe ziet het reguliere toezicht op de waterinjectie in Twente er uit?

De NAM is er voor verantwoordelijk dat de waterinjectie veilig verloopt. SodM ziet erop toe dat de NAM zijn verantwoordelijkheid neemt. De veiligheid van de waterinjectie wordt op de volgende punten gecontroleerd:

Aanvullend onderzoek naar het risico van zoutoplossing en aardbevingen

Naast het controleren of de NAM zich aan de verplichtingen houdt, kan SodM de NAM ook opdragen om onderzoeken uit te voeren. Zo heeft de NAM onderzoek gedaan naar het risico van het oplossen van de zoutlaag die het reservoir afsluit en de kans op aardbevingen als gevolg van de waterinjectie. SodM heeft internationale experts gevraagd om deze rapporten van NAM onafhankelijk te beoordelen. Mede op basis van deze externe reviews is SodM van oordeel dat beide risico’s zeer beperkt zijn. De vorming van holle ruimtes in de diepe ondergrond wordt door SodM redelijkerwijs uitgesloten. In opdracht van SodM heeft de NAM in 2016 een integrale risico-analyse gemaakt van al deze onderzochte risico’s.

Elke zes jaar verwerking van productiewater heroverwogen

De NAM moet in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) elke zes jaar onderzoeken of injectie nog steeds de beste methode is om het productiewater te verwerken in Twente. Hierbij worden verschillende milieuaspecten, risico’s en kosten afgewogen. Naar aanleiding van deze alternatievenweging heeft EZK in 2017 geconcludeerd dat waterinjectie nog steeds de meest geschikte verwerkingsmethode is. In 2021 is een nieuwe alternatievenweging gestart. SodM ziet hierbij toe op zowel het proces, als de kwaliteit van de uitgevoerde onderzoeken

Injectie van productiewater in Rossum-Weerselo (Twente)

Waar vindt injectie van productiewater plaats?

Op dit moment ligt de injectie van productiewater stil in Twente. Sinds 2011 heeft de NAM productiewater geïnjecteerd in drie lege gasvelden. Hiervoor zijn elf putten gebruikt: Tubbergen-7 (TUB7), Tubbergen-10 (TUB10), Rossum Weerselo 2 (ROW2), Rossum Weerselo 3 (ROW3), Rossum Weerselo 4 (ROW4), Rossum Weerselo 5 (ROW5), Rossum Weerselo 7 (ROW7), Rossum Weerselo 9 (ROW9) Tubbergen-Mander 1 (TUM1), Tubbergen-Mander 2 (TUM2) en Tubbergen-Mander 3 (TUM3). Niet alle putten zijn nog in gebruik. Put ROW2 is maart 2021 definitief gesloten in verband met een scheur in de buitenbuis. De NAM heeft naar aanleiding van deze voorvallen de risico's van de waterinjectie opnieuw in kaart gebracht en haar monitoringsprogramma aangescherpt.