Aardbevingen in Groningen zijn het gevolg van de gaswinning. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert de minister van Economische Zaken en Klimaat over de gaswinning. Dit doet SodM uit het oogpunt van veiligheid. Specifiek voor het Groningenveld doet SodM dit op basis van het zogeheten Meet- en regelprotocol. De aanpak is om continu het aantal en de zwaarte van bevingen te monitoren (het ‘meten’) en ‘met de hand aan de kraan’  zo nodig de productie te verlagen en vlak te produceren (het ‘regelen’).

Wat zijn de meest recente ontwikkelingen?

De minister van EZK heeft 29 maart 2018 bekend gemaakt de gaswinning in Groningen te willen beëindigen. In dit afbouwplan komt de minister uiterlijk in oktober 2022 onder de 12 miljard Nm3 per jaar uit. Voor dit plan is een aanpassing van de Gaswet en Mijnbouwwet noodzakelijk. SodM heeft de minister op 1 februari geadviseerd om de gasproductie zo snel als mogelijk naar 12 miljard Nm3 per jaar te verlagen om het risico op aardbevingen aanzienlijk te verminderen. SodM zal de veiligheidsrisico's van zijn afbouwplan voor de gaswinning Groningen in kaart brengen en de minister hierover begin juni adviseren. Daarnaast heeft SodM op 13 april gereageerd op het wetsvoorstel ‘Minimaliseren gaswinning Groningen’ behorend bij het afbouwplan.

SodM adviseert in het kader van de veiligheid van de gaswinning

Het verminderen van de gaswinning heeft eventueel gevolgen voor de levering van gas naar bedrijven en huishoudens. SodM kijkt in haar rol als de toezichthouder alleen naar de veiligheid van de gaswinning. Omtrent leveringszekerheid adviseert GTS de minister. Het is aan de minister om zo nodig een afweging te maken tussen de veiligheid van de Groningers aan de ene kant en veiligheidsaspecten rondom leveringszekerheid aan de andere kant.

Welke maatregelen heeft SodM de minister op 1 februari geadviseerd?

SodM heeft de minister een aantal maatregelen geadviseerd naar aanleiding van de aardbeving bij Zeerijp op 8 januari jl.:

  1. Beperk zo snel mogelijk de totale productie uit het Groningen-gasveld tot maximaal 12 miljard Nm3 per jaar.
  2. Sluit per direct de clusters Ten Post, Overschild, De Paauwen, ’t Zandt en Leermens (de ‘Loppersumclusters’)
  3. Beperk per direct de fluctuaties in de productie uit het cluster Bierum tot 20% omdat deze kunnen doorwerken naar het Loppersumgebied en daar bevingen veroorzaken.
  4. Beperk zo snel mogelijk de regionale fluctuaties in de productie van de overige clusters tot het huidige niveau.

Maatregelen 2, 3 en 4 zijn inmiddels doorgevoerd.

Wat zijn de gevolgen van deze maatregelen?

Het sluiten van de Loppersumclusters heeft voorkomen dat tijdens de vorstperiode de productie in deze clusters omhoog is gegaan, wat de kans op aardbevingen aanzienlijk zou verhogen. Daarnaast zal het volledig dichtdraaien van deze gaskranen naar verwachting pas na 3 tot 6 maanden een dempend effect op de aardbevingen in dit gebied hebben. De effectiviteit van het verlagen van de gaswinning  is afhankelijk van de mate en snelheid waarmee deze worden geïmplementeerd. Des te langer het duurt voordat de gaswinning wordt verlaagd naar 12 miljard Nm3 per jaar, des te langer het duurt voordat de kans op bevingen (en dus ook de kans op zwaardere bevingen) afneemt. SodM blijft de bevingen daarom nauwlettend in de gaten houden en adviseert de minister indien nodig over aanvullende maatregelen.

In 2017 ook al geadviseerd om de gaswinning te verlagen

SodM heeft de minister van EZK al eerder geadviseerd om de gasproductie te verminderen. Zo hebben wij april 2017 de minister geadviseerd om bij bevingen de gasproductie in stappen omlaag te brengen, te beginnen met 10 procent: van 24 naar 21,6 miljard m3. Bovendien moeten fluctuaties worden vermeden. De minister heeft deze verlaging doorgevoerd zonder een beving af te wachten. De Raad van State heeft het besluit van de minister in november 2017 vernietigd, maar de gevolgen ervan in stand gelaten. De minister krijgt een jaar de tijd om een nieuw, beter onderbouwd besluit te nemen. Ook daarover zal SodM de minister weer adviseren.

Hoe ontstaan aardbevingen?

Aardbevingen ontstaan door plotselinge bewegingen van aardlagen langs breuken in de ondergrond. Aardgas zit tussen gesteentekorreltjes in de zandsteenlaag. Bij gaswinning verlaag je de druk tussen deze gesteentekorreltjes. De laag wordt daardoor samengedrukt (compactie). Er bouwen spanningsverschillen op langs bestaande breuken die kunnen leiden tot aardbevingen.  Hoe meer gaswinning, hoe groter de compactie, hoe groter de kans op aardbevingen en hoe groter de kracht van de bevingen. Middenin het Groningse gasveld, het Loppersum-gebied, vindt de meeste compactie plaats. Daar is het spanningsveld aan weerzijde van de breuken het grootst en vinden de meeste en de grotere aardbevingen plaats.

Waarom voelen bewoners relatief kleine bevingen?

In Groningen wordt het gas uit een laag op 3 km diepte gehaald. Daar vinden de bevingen dus plaats. Voor aardbevingen is dat ondiep. Dat is ook de reden waarom ze zo gevoeld worden door bewoners. Natuurlijke aardbevingen komen namelijk meestal  voor op dieptes groter dan 10 km.

Wat is de ontwikkeling van aardbevingen in Groningen?

Sinds de beving bij Huizinge (2012) is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Ook is er veel meetapparatuur geplaatst. Op basis van de nieuwe metingen en onderzoeken en de adviezen daarover door SodM,  heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat sinds 2013 de gasproductie in een aantal stappen verlaagd..

grafiek 2 verbeterde versie 31-01-2018

Waren er in het begin dan geen bevingen?

Het Groningen gasveld is ontdekt in 1957. Het duurde enkele jaren voordat men doorhad hoe gigantisch de omvang van het veld was. In de jaren zestig van de vorige eeuw startte de productie van het veld, dat rond 1972 volledig op gang kwam.  Toen werd er 80 tot 90 miljard m3 per jaar gewonnen zonder dat er bevingen optraden.

Wanneer werden bevingen merkbaar?

In 1991 was er  een beving  van 2.4 op de schaal van Richter in de omgeving van Middelstum. Daarna is het aantal en de sterkte van de bevingen aanzienlijk toegenomen. Inmiddels zijn er meer dan duizend bevingen geweest. De meesten hebben een geringe sterkte. Maar sommige bevingen zijn flink en kunnen leiden tot schade aan gebouwen en de omgeving. SodM grijpt daarom in op de gaswinning op als aardbevingen hierom vragen. En meet SodM of de ingrepen het beoogde effect hebben gehad. Zo werkt in essentie het Meet- en regelprotocol.