Aardbevingen in Groningen zijn het gevolg van de gaswinning. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert de minister van Economische Zaken en Klimaat over de gaswinning. Dit doet SodM uit het oogpunt van veiligheid. Specifiek voor het Groningenveld doet SodM dit op basis van het zogeheten Meet- en regelprotocol. De aanpak is om continu het aantal en de zwaarte van bevingen te monitoren (het ‘meten’) en ‘met de hand aan de kraan’  zo nodig de productie te verlagen en vlak te produceren (het ‘regelen’).

Wat zijn de meest recente ontwikkelingen?

Groningen is 8 januari 2018 rond 15.00 uur getroffen door een beving met een kracht van 3.4 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag bij Zeerijp nabij Loppersum, meldt het KNMI. De gemeten grondversnelling was 0,116 g. De grondversnelling geeft de mate van het schudden van de grond aan en is daarmee een indicator voor mogelijke schade boven de grond. Deze was hoger dan bij de beving bij Huizinge van 3.6 in 2012 (0,08 g). Daardoor kan deze beving door bewoners als zwaarder ervaren zijn.

Met deze beving is het hoogste niveau uit het Meet- en regelprotocol bereikt: het interventieniveau (code rood). Dan moet de NAM binnen 48 uur een analyse opleveren en maatregelen voorstellen aan SodM. SodM gaat de analyse en voorgestelde maatregelen van de NAM zo spoedig mogelijk bestuderen en zal de minister van Economische Zaken en Klimaat hierover adviseren.

Wat adviseert SodM de minister over de gaswinning in Groningen?

SodM heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat al eerder geadviseerd om de gasproductie te verminderen. In ons meest recente advies (april 2017) hebben wij de minister geadviseerd om bij bevingen de gasproductie in stappen omlaag te brengen, te beginnen met 10 procent: van 24 naar 21,6 miljard m3. Bovendien moeten fluctuaties worden vermeden. De minister heeft deze verlaging direct doorgevoerd zonder een beving af te wachten. De Raad van State heeft het besluit van de minister in november 2017 vernietigd, maar de gevolgen ervan in stand gelaten. De minister krijgt een jaar de tijd om een nieuw, beter onderbouwd besluit te nemen. Ook daarover zal SodM de minister weer adviseren.

Hoe ontstaan aardbevingen?

Aardbevingen ontstaan door plotselinge bewegingen van aardlagen langs breuken in de ondergrond. In Groningen wordt het gas uit een laag op 3 km diepte gehaald. Daar vinden de bevingen dus plaats. Voor aardbevingen is dat ondiep. Dat is ook de reden waarom ze zo gevoeld worden door bewoners. Natuurlijke aardbevingen komen namelijk meestal  voor op dieptes groter dan 10 km.

Aardgas zit tussen gesteentekorreltjes in de zandsteenlaag. Bij gaswinning verlaag je de druk tussen deze gesteentekorreltjes. De laag wordt daardoor samengedrukt (compactie). Er bouwen spanningsverschillen op langs bestaande breuken die kunnen leiden tot aardbevingen.  Hoe meer gaswinning, hoe groter de compactie, hoe groter de kans op aardbevingen en hoe groter de kracht van de bevingen. Middenin het Groningse gasveld vindt de meeste compactie plaats. Daar is het spanningsveld aan weerzijde van de breuken het grootst en vinden de meeste en de grotere aardbevingen plaats.

Wat is de ontwikkeling van aardbevingen in Groningen?

Sinds de beving bij Huizinge is er veel nieuw wetenschappelijk onderzoek gedaan. Ook is er veel meetapparatuur geplaatst. Op basis van de nieuwe metingen en onderzoeken en de adviezen daarover door SodM,  heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat sinds 2013 de gasproductie in een aantal stappen verlaagd.

grafiek 2 verbeterde versie 31-01-2018

Waren er in het begin dan geen bevingen?

Het Groningen gasveld is ontdekt in 1957. Het duurde enkele jaren voordat men doorhad hoe gigantisch de omvang van het veld was. In de jaren zestig van de vorige eeuw startte de productie van het veld, dat rond 1972 volledig op gang kwam.  Toen werd er 80 tot 90 miljard m3 per jaar gewonnen zonder dat er bevingen optraden.

Wanneer werden bevingen merkbaar?

In 1991 was er  een beving  van 2.4 op de schaal van Richter in de omgeving van Middelstum. Daarna is het aantal en de sterkte van de bevingen aanzienlijk toegenomen. Inmiddels zijn er meer dan duizend bevingen geweest. De meesten hebben een geringe sterkte. Maar sommige bevingen zijn flink en kunnen leiden tot schade aan gebouwen en de omgeving. SodM grijpt daarom in op de gaswinning op als aardbevingen hierom vragen. En meet SodM of de ingrepen het beoogde effect hebben gehad. Zo werkt in essentie het Meet- en regelprotocol.