Aardbevingen in Groningen zijn het gevolg van de gaswinning. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) over de gaswinning. Dit doet SodM uit het oogpunt van veiligheid. Het kabinet heeft besloten de gaswinning in Groningen uiterlijk 2030 te beëindigen. Hiermee gaan de veiligheidsrisico’s als gevolg van de gaswinning ook afnemen. SodM heeft in kaart gebracht wat deze afbouw betekent voor aardbevingen, schade en de versterking.

Wat kan Groningen verwachten qua aardbevingen en schade de komende jaren?

Door de afbouw van de gaswinning in Groningen neemt de kans op aardbevingen af en gaan meer gebouwen aan de veiligheidsnorm voldoen. Volgens de nieuwste berekeningen neemt de kans op een beving  van 3,6 of hoger in 2019 af van 14,5% naar 12,5%. Tijdens de afbouw van de winning blijft de kans op aardbevingen - óók zwaardere - en schade bestaan. Zo was er 22 mei 2019 nog een aardbeving van 3,4 in Westerwijtwerd in het westen van de gemeente Loppersum. Ook na afloop van de winning zullen er nog aardbevingen plaatsvinden. Hoe lang dit precies duurt weet niemand. SodM blijft daarom onderzoek doen om de kennis van de Groningse ondergrond waar mogelijk te vergroten.

Berekende jaarlijkse kans op een aardbeving in Groningen in procenten Van 2019 tot en met 2028
JaarMagnitude vanaf 3,6Magnitude vanaf 4,0Magnitude vanaf 4,5Magnitude vanaf 5,0
201912,574,690,970,18
202010,623,930,860,15
20219,743,70,760,14
20227,843,010,640,14
20236,642,530,530,11
20246,012,240,480,08
20255,522,150,450,08
20264,941,90,40,08
20274,361,570,360,07
20284,211,560,320,07
SodM Brontabel als csv (345 bytes)

Wat betekent de afbouw van de gaswinning voor de versterking?

Op basis van het advies van SodM om de versterkingsaanpak te versnellen en te richten op de meest onveilige gebouwen, heeft de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) in 2018 een plan van aanpak opgesteld. Hierin worden de meest risicovolle gebouwen als eerste aangepakt. Alle gebouwen die in dit plan van aanpak staan, komen in aanmerking voor een opname en beoordeling – ook de gebouwen die door de verminderde risico’s na verloop van tijd aan de veiligheidsnorm voldoen. Enkel een opname kan uitwijzen of een woning daadwerkelijk veilig is en niet versterkt hoeft te worden. In totaal worden zo’n 15.000 gebouwen opgenomen en beoordeeld in het kader van de versterking.

Hoe wordt bepaald welke gebouwen als eerste in aanmerking komen voor versterking?

Omdat niet alle gebouwen in Groningen tegelijkertijd versterkt kunnen worden, heeft SodM de minister van Economische Zaken en Klimaat in juni 2018 geadviseerd de versterkingsopgave te prioriteren aan de hand van de best mogelijke risico-inschatting. Dat wil zeggen: de gebouwen met een (licht) verhoogd veiligheidsrisico moeten als eerste opgenomen en beoordeeld of deze versterkt moeten worden. Deze lijst wordt waar mogelijk aangevuld met informatie over de daadwerkelijke staat van lokale gebouwen, zoals stutten, hoeveelheid schade en signalen van bewoners. Snelheid is het belangrijker voor de versterking dan de precieze prioritering. In haar oordeel over het plan van aanpak van de NCG, gaf SodM aan dat een noodzakelijke voorwaarde voor snelheid het goed betrekken van gemeenten en burgers is. Een aanpak die mogelijk de perfecte prioritering op basis van risico voorstaat maar die niet goed uitlegbaar is aan gemeente en burgers, zal vertragen of zelfs maar beperkt op gang kunnen komen. Juist omdat SodM de tijdigheid van de algehele versterkingsopgave absolute prioriteit geeft, is een aanpak met draagvlak te verkiezen ook al voldoet deze niet aan de perfecte volgorde van risicoprioritering.

SodM adviseert de minister van EZK in het kader van de veiligheid van de gaswinning

Het verminderen van de gaswinning heeft eventueel gevolgen voor de levering van gas naar bedrijven en huishoudens. SodM kijkt in haar rol als de toezichthouder alleen naar de veiligheid van de gaswinning. Specifiek voor het Groningenveld doet SodM dit op basis van het zogeheten Meet- en regelprotocol. De aanpak is om continu het aantal en de zwaarte van bevingen te monitoren (het ‘meten’) en ‘met de hand aan de kraan’  zo nodig de productie te verlagen en vlak te produceren (het ‘regelen’). In dit kader heeft SodM heeft de minister op 1 februari 2018 geadviseerd om de gasproductie zo snel als mogelijk naar 12 miljard Nm3 per jaar te verlagen om het risico op aardbevingen aanzienlijk te verminderen. Omtrent leveringszekerheid adviseert GTS de minister. De minister heeft in het afbouwplan een afweging gemaakt tussen de veiligheid van de gaswinning, veiligheid van de leveringszekerheid en andere belangen, zoals economische belangen.

In 2017 ook al geadviseerd om de gaswinning te verlagen

SodM heeft de minister van EZK al eerder geadviseerd om de gasproductie te verminderen. Zo hebben wij april 2017 de minister geadviseerd om bij bevingen de gasproductie in stappen omlaag te brengen, te beginnen met 10 procent: van 24 naar 21,6 miljard m3. Bovendien moeten fluctuaties worden vermeden. De minister heeft deze verlaging doorgevoerd zonder een beving af te wachten. De Raad van State heeft het besluit van de minister in november 2017 vernietigd, maar de gevolgen ervan in stand gelaten. De minister krijgt een jaar de tijd om een nieuw, beter onderbouwd besluit te nemen. Ook daarover zal SodM de minister weer adviseren.

Hoe ontstaan aardbevingen?

Aardbevingen ontstaan door plotselinge bewegingen van aardlagen langs breuken in de ondergrond. Aardgas zit tussen gesteentekorreltjes in de zandsteenlaag. Bij gaswinning verlaag je de druk tussen deze gesteentekorreltjes. De laag wordt daardoor samengedrukt (compactie). Er bouwen spanningsverschillen op langs bestaande breuken die kunnen leiden tot aardbevingen.  Hoe meer gaswinning, hoe groter de compactie, hoe groter de kans op aardbevingen en hoe groter de kracht van de bevingen. Middenin het Groningse gasveld, het Loppersum-gebied, vindt de meeste compactie plaats. Daar is het spanningsveld aan weerzijde van de breuken het grootst en vinden de meeste en de grotere aardbevingen plaats.

Waarom voelen bewoners relatief kleine bevingen?

In Groningen wordt het gas uit een laag op 3 km diepte gehaald. Daar vinden de bevingen dus plaats. Voor aardbevingen is dat ondiep. Dat is ook de reden waarom ze zo gevoeld worden door bewoners. Natuurlijke aardbevingen komen namelijk meestal  voor op dieptes groter dan 10 km.

Wat is de ontwikkeling van aardbevingen in Groningen?

Sinds de beving bij Huizinge (2012) is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Ook is er veel meetapparatuur geplaatst. Op basis van de nieuwe metingen en onderzoeken en de adviezen daarover door SodM,  heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat sinds 2013 de gasproductie in een aantal stappen verlaagd.

Waren er in het begin dan geen bevingen?

Het Groningen gasveld is ontdekt in 1957. Het duurde enkele jaren voordat men doorhad hoe gigantisch de omvang van het veld was. In de jaren zestig van de vorige eeuw startte de productie van het veld, dat rond 1972 volledig op gang kwam.  Toen werd er 80 tot 90 miljard m3 per jaar gewonnen zonder dat er bevingen optraden.

Wanneer werden bevingen merkbaar?

In 1991 was er  een beving  van 2.4 op de schaal van Richter in de omgeving van Middelstum. Daarna is het aantal en de sterkte van de bevingen aanzienlijk toegenomen. Inmiddels zijn er meer dan duizend bevingen geweest. De meesten hebben een geringe sterkte. Maar sommige bevingen zijn flink en kunnen leiden tot schade aan gebouwen en de omgeving. SodM grijpt daarom in op de gaswinning op als aardbevingen hierom vragen. En meet SodM of de ingrepen het beoogde effect hebben gehad. Zo werkt in essentie het Meet- en regelprotocol.

Staatstoezicht op de Mijnen ziet toe op veilige gaswinning in Groningen. En dat is nodig, want gaswinning veroorzaakt aardbevingen, schade aan bebouwing en vormt een veiligheidsrisico. Dat werkt als volgt. Het gas bevindt zich op 3 kilometer diepte, in zandsteen. In deze laag zitten
breuken. Als het gas omhoog wordt gepompt, neemt de druk op die plek af. De bodem krimpt in elkaar, wat spanning geeft op de breuken. Hierdoor ontstaat een aardbeving. Na advies van SodM heeft de regering besloten de gaswinning te stoppen. Positief, want dan gaat heel Groningen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnorm. Het veiligheidsrisico als gevolg van aardbevingen door gaswinning in Groningen is dan gelijk aan natuurrampen, zoals overstromingen, op andere plaatsen in Nederland. Het stoppen van de gaswinning betekent echter niet dat de aardbevingen ook direct stoppen. Want de bodem heeft tijd nodig om te stabiliseren. De kans op aardbevingen - óók zwaardere - en schade blijft nog enige tijd bestaan, maar wordt steeds kleiner. Hoe lang dit precies duurt weet niemand. Daarom blijven we onderzoek
doen naar de Groningse bodem. Zodat Groningers zich net zo veilig kunnen voelen als de rest van Nederland. Meer weten? Ga naar www.sodm.nl/gaswinning